Goedbezochte deelnemersbijeenkomst: verbinden en versterken met het Schone Lucht Akkoord (SLA)
De Deelnemersbijeenkomst van het Schone Lucht Akkoord (SLA) op 25 maart was opnieuw druk bezocht. 124 deelnemers van gemeenten, provincies, Rijk, GGD’en en omgevingsdiensten zochten elkaar op om te kijken wat ze van elkaar kunnen leren en hoe ze kunnen samenwerken aan schone lucht. De oude Gelderlandfabriek in Culemborg, pal naast het station, was er een prima locatie voor.
Opening
Dagvoorzitter Astrid Feiter trapte af met Culemborgs beleidsadviseur Ineke Burger, en programmamanager SLA Jan Kohl. Ineke heeft in haar portefeuille alles rond klimaat en milieu, water en afval: ‘Je moet in een kleine gemeente altijd slim koppelen. Het Schone Lucht Akkoord stimuleert maatregelen, zoals een pilot om voorrang te geven aan elektrische mobiele werktuigen in aanbestedingen. Maar we nemen ze niet specifiek alleen voor schone lucht.’ De wethouder memoreerde de Culemborgse ecowijk Lanxmeer, tegenover het station, die 25 jaar geleden al koos voor maatregelen voor een gezonde leefomgeving. De wijk is bijvoorbeeld vrijwel autovrij.
Jan ging in gesprek met de zaal over koppelkansen. Een tip was om schoneluchtdoelen te koppelen aan de gezondheidskaarten. Dat werkt onder meer goed in Eindhoven. Een aantal deelnemers stak de hand op toen hij vroeg wie slecht slaapt na de gemeenteraadsverkiezingen. Jan: ‘Juist goed daarom om elkaar te blijven opzoeken. We staan allemaal voor dezelfde opgaven.’
Gebruik de GDD
Samenwerken en koppelkansen stonden ook centraal in het verhaal van Marieke Dijkema, voorzitter van de GGD-werkgroep Luchtkwaliteit en Gezondheid. ‘Jouw gemeente betaalt de GGD in jouw regio al om jou te helpen bij luchtkwaliteit en gezondheid. Gebruik ons’, hield ze de zaal voor. Bijvoorbeeld als je burgers bij beleid wilt betrekken. ‘Mensen weten vaak niet hoe vies de lucht is. Feitelijke onderbouwing overtuigt vaak. Je kunt ons inschakelen voor die onderbouwing.’
Na roken is luchtkwaliteit de tweede belangrijkste oorzaak van gezondheidsverlies. Dus het staat hoog op de agenda van GGD’en. Ze verwees naar GGD Leefomgeving voor betrouwbare informatie over de invloed van de omgeving op gezondheid. En naar GGD GHOR. ‘Hier vind je onder meer een overzicht van effectieve maatregelen om in je gemeente luchtkwaliteit te verbeteren. Met voorbeelden van andere gemeenten. Totaalverbod op houtstook of alleen een verbod op snoeihout verbranden? Hier staat hoe andere gemeenten dat doen. We wijzen je de weg in het oerwoud van informatie die je op internet vindt en die niet allemaal klopt.’
EU-richtlijnen op tijd halen
Daniël Mourad van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) vertelde hoe het met de implementatie van de nieuwe EU-richtlijn luchtkwaliteit staat. ‘Het gaat in Nederland best goed. Voor alle luchtverontreinigende stoffen zien we een dalende trend’, begon hij. Wel vlakt die daling af. De nieuwe EU-richtlijn helpt om bij de les te blijven. ‘De inzet van Nederland is om op tijd te voldoen aan de nieuwe normen. Het doel is ambitieus, maar lijkt haalbaar. En klimaat- en stikstofbeleid moeten naast schoneluchtbeleid onverminderd doorgaan om de doelen op tijd te halen.’
Inzicht in knelpunten én juridische kaders richting 2030
De sessie Impact strengere luchtkwaliteitsnormen op woningbouw begon met een presentatie van Sergej Jansen en Twan Brekelmans (Antea Group). Zij deelden de belangrijkste uitkomsten van hun impactanalyse naar de effecten van de nieuwe luchtkwaliteitsnormen voor 2030 op de woningbouw, waaronder verwachte knelpunten en aandachtspunten voor toekomstige planvorming.
Marjolein Smeets‑de Vriendt (IenW) gaf een heldere en optimistische toelichting op de onthoudingsplicht rond de nieuwe EU‑luchtkwaliteitsrichtlijn. Zij benadrukte vooral dat deze periode ook kansen biedt: door nu al vooruit te denken en zorgvuldige keuzes te maken, kunnen overheden straks soepel aansluiten op de normen van 2030. Haar boodschap: met een beetje vooruitkijken kun je veel problemen voorkomen én juist ruimte creëren voor goede plannen.
Geur als kans voor breder luchtkwaliteitsbeleid
Land van Cuijk pakt geuroverlast aan om luchtkwaliteit en stikstofemissie in de volle breedte op orde te krijgen. In de hele gemeente zijn 50 situaties geïnventariseerd waar geuremissie of klachten over geur aanleiding zijn voor actie, terwijl de boer wél voldoet aan de vergunning. De gemeente verdiept zich in hoe de situatie is gegroeid, in de sentimenten die er leven, in de toekomstplannen en gaat in gesprek met boeren en omwonenden. Oplossingen variëren van de enige burgerwoning tussen 6 veehouderijen opkopen tot nieuwe investeringen van boeren. Coen Graat van gemeente Land van Cuijk: ‘Het hoeft niet altijd een technische oplossing te zijn. Dat de boer een appje stuurt als de staldeuren 2 dagen open gaan, kan ook al helpen. Doel is de luchtkwaliteit in de volle breedte verbeteren. Maar ook boeren in één keer voorbereiden op alle komende milieu-eisen, zodat hij er rekening mee kan houden in zijn bedrijfsvoering en wij niet elk jaar op het erf staan.’
Praktisch aan de slag met maatregelingen voor schonere lucht
Tijdens de workshop 'GGD‑maatregelenoverzicht: aan de slag voor jouw gemeente' gingen deelnemers enthousiast aan de slag met het vinden van passende maatregelen om de uitstoot van belangrijke bronnen in hun eigen gemeente te verminderen. Na een korte, praktische introductie over waar gemeenten informatie kunnen vinden over lokale emissiebronnen en het GGD‑maatregelenoverzicht, doken deelnemers, mét eigen laptop, direct in het materiaal. Het maatregelenoverzicht vormde daarbij het speelse maar stevige ankerpunt.
Onder begeleiding van Marieke Dijkema (GGD GHOR) en Jeroen de Hartog (GGD Regio Utrecht) ontdekten deelnemers welke maatregelen in hun gemeente kansrijk zijn. Er werd volop uitgewisseld, meegekeken en meegedacht, wat leidde tot energieke gesprekken en ideeën. Aan het einde van de sessie kregen deelnemers de contactgegevens van hun lokale GGD mee, zodat ze met dezelfde frisse energie samen verder kunnen werken.
Samen kansen ontdekken tussen luchtkwaliteit en andere opgaven
In de sessie 'De Verbindingstafel: SLA koppelen aan domeinoverstijgende thema’s' namen Astrid Feiter en Claudia Roelfsema (Rijkswaterstaat) de deelnemers mee in een interactieve verkenning van hoe luchtkwaliteitsbeleid slim verbonden kan worden met gebiedsbrede thema’s.
Deelnemers werkten in groepen aan kleurrijke ‘verbindingskaarten’, waarin thema’s als luchtkwaliteit, klimaat, woningbouw, stikstofbeleid, mobiliteit, biodiversiteit en zelfs defensie met elkaar werden verbonden. Op de kaarten kwamen zowel meekoppelkansen als knelpunten helder naar voren. De oefening leverde positieve energie én concrete ideeën op voor integrale aanpakken die meerdere beleidsdoelen tegelijkertijd versterken.
Spel analyseert samenwerking in gebied
Bij het spel ‘De kracht van een gebiedsgerichte aanpak’ bespraken deelnemers hoe gemeenten, provincies, GGD’en en omgevingsdiensten zich samen kunnen voorbereiden op deelname aan het Schone Lucht Akkoord. Verschillende samenwerkingsverbanden zoals die tussen kleine en grote gemeenten in Zuidoost-Brabant, de vier grote gemeenten, de gemeenten in regio Haaglanden met de GGD en die tussen gemeenten en omgevingsdienst in IJmond passeerden de revue.
Zowel tijdens de sessies als tijdens de ruime pauzes vonden deelnemers elkaar. Dit leidde tot geanimeerde en inspirerende gesprekken over de aanpak in verschillende gemeenten. Ook over samenwerkingsverbanden tussen gemeenten of met provincies, GGD’en of omgevingsdiensten.
Slim balanceren tussen belonen en reguleren
In de sessie ‘Van wortel tot stok: Wat werkt in de praktijk?’ nam Teun Zwemmer (IenW) de deelnemers mee in het principe van belonen en reguleren om luchtkwaliteit te verbeteren. Met praktijkvoorbeelden uit Amersfoort (houtstook) en Amsterdam (pleziervaart) lieten Marijke Wolbers en Nienke van der Eerden zien hoe verschillende aanpakken in de praktijk uitpakken.
Deelnemers verkenden samen welke mix van stimulansen en maatregelen het beste werkt in uiteenlopende situaties. Dit leverde praktische inzichten, nieuwe ideeën en een beter gevoel op voor hoe gemeenten een effectieve balans kunnen vinden tussen aanmoedigen en handhaven.