Onderzoek RIVM: relatie luchtvervuiling en verschillende kankersoorten
Dat er een link is tussen longkanker en luchtvervuiling is bekend. Maar hoe zit dat bij andere kankersoorten? Het RIVM onderzocht dat verband voor verschillende kankersoorten en publiceerde daarover in maart 2026 een rapport. Onderzoeker Jan-Paul Zock vertelt over de aanleiding en de resultaten: ‘We zien ook een relatie tussen luchtvervuiling en leverkanker en blaaskanker.’
‘Het RIVM heeft al veel onderzoek gedaan naar het verband tussen luchtverontreiniging en sterfte. Maar het risico om vroeg dood te gaan door luchtvervuiling, of een berekening hoeveel maanden je korter leeft, spreekt het grote publiek vaak niet aan. Daarom hebben we nu ook andere aspecten onderzocht. Longkanker heeft al een bewezen relatie met luchtverontreiniging. Over het verband tussen ongezonde lucht en andere kankersoorten is minder bekend. Daar ging het ons nu om in dit onderzoek’, vertelt Jan-Paul over de aanleiding van het nieuwe RIVM-rapport.
Kankersoorten
Jan-Paul: ‘Het International Agency voor Cancer Research (IARC) houdt een lijst bij met stoffen die bewezen kankerverwekkend zijn. Schadelijke stoffen in de lucht staan in de hoogste categorie.’
Het RIVM onderzocht hoe blootstelling aan luchtverontreiniging samenhangt met verschillende soorten kanker. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen verschillende soorten, omdat de risicofactoren per type kanker verschillen. Het RIVM heeft zes kankersoorten onderzocht: leverkanker, blaaskanker, nierkanker, maagkanker, alvleesklierkanker en slokdarmkanker. Jan-Paul: ‘Over die types is veel literatuur beschikbaar, we hebben er zelf veel kennis over en ze komen in Nederland veel voor.’
Data gecombineerd
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft veel cijfers over het voorkomen van bepaalde ziekten. Die kun je combineren met gegevens van de Nederlandse Kankerregistratie. Voor dit onderzoek heeft het RIVM gekeken naar mensen tussen de 35 en 85 jaar die een van de zes kankertypen kregen tussen 2010 en 2019.
Jan-Paul: ‘Die data koppelden we aan ons eigen RIVM-model om de blootstelling aan kankerverwekkende stoffen in de lucht te berekenen. Dat deden we aan de hand van de adressen waar mensen hebben gewoond. We kunnen voor iedereen in Nederland zien hoe hoog de concentraties fijnstof, stikstofdioxide en roet waren in de voorafgaande 10 jaren, dus in 2000 t/m 2009.’
Voor blaas- en nierkanker onderzocht het RIVM hoe groot de kans was om het te krijgen door luchtvervuiling. Voor lever-, maag-, alvleesklier- en slokdarmkanker keek het RIVM hoeveel groter de kans was om deze kanker niet te overleven. Jan-Paul: ‘Dat zijn type kankers met een slechte prognose. Als iemand de diagnose van een van deze vier types krijgt, dan is de kans groot dat deze patiënt binnen korte tijd overlijdt. Daarom keken we hier toch naar sterfte.’
Effect op blaaskanker en leverkanker
Het RIVM constateerde dat er een grotere kans is om blaaskanker te krijgen door blootstelling aan luchtvervuiling. Hoe meer luchtvervuiling, hoe groter deze kans is. Dit verband is vooral bij vrouwen te zien voor de niet-invasieve vorm van blaaskanker (een vorm met relatief gunstige overlevingskansen). Bij nierkanker was er geen verband.
Ook bij leverkanker was een effect van luchtvervuiling zichtbaar. De kans om te overlijden was groter bij mensen die in de jaren ervoor waren blootgesteld aan luchtvervuiling. Voor maag-, alvleesklier- en slokdarmkanker vond het RIVM geen verband. Jan-Paul: ‘Dit zijn verkennende analyses, maar onze resultaten komen overeen met wat andere landen hebben onderzocht. Voor sluitend bewijs zijn meer verdiepende onderzoeken nodig, met bijvoorbeeld weefselonderzoek.’
Betekenis resultaten
Wat betekenen de resultaten van het RIVM-onderzoek voor inwoners van Nederland en voor het Schone Lucht Akkoord? Jan-Paul: ‘Belangrijk resultaat is dat het ernaar uitziet dat luchtvervuiling niet alleen bij longkanker een rol speelt, maar ook bij het ontstaan van andere typen kanker. En we zien dat het uitmaakt om welk type kanker het gaat of luchtvervuiling impact grote heeft.’
Jan-Paul: ‘Het voordeel van dit onderzoek is dat we gebruik maken van data van de hele Nederlandse bevolking. Het nadeel van dit onderzoek is dat we specifieke informatie missen, bijvoorbeeld over hun levensstijl.’
Als voorbeeld noemt hij rokers, die relatief vaker op plekken wonen met meer luchtverontreiniging dan niet-rokers. Dat heeft te maken met de sociaaleconomische situatie. Jan-Paul: ‘We proberen rekening te houden met een scala aan sociaaleconomische kenmerken. We hebben namelijk data over de leeftijd, het inkomen, werkstatus en kenmerken van de buurt. Zo proberen we het effect van roken uit de analyse te filteren.’
Het RIVM doet al jaren onderzoek naar luchtkwaliteit in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het Schone Lucht Akkoord gebruikt een gezondheidsindicator, ontwikkeld door het RIVM, om de voortgang van het akkoord te monitoren. In deze indicator zitten levensduurverlies en vervroegde sterfte door gecombineerde blootstelling aan fijnstof en stikstofdioxide. Het doel van het Schone Lucht Akkoord is 50 procent gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2019. Bij het halen van dit doel hoort het begrijpen van de gezondheidseffecten van luchtvervuiling. Dit nieuwe onderzoek van het RIVM draagt hieraan bij.