Samen werken aan schonere lucht: hoe Overijssel gemeenten stimuleert
Schone lucht lijkt in Overijssel misschien minder urgent dan in de Randstad. Toch zit daar volgens de provincie ook een uitdaging. Juist omdat de problemen minder zichtbaar zijn, vraagt het thema om extra aandacht. 'We hebben in kleine stappen concreet gemaakt wat gemeenten kunnen doen.'
De provincie Overijssel zet zich actief in om gemeenten te ondersteunen de luchtkwaliteit te verbeteren. Niet door regels op te leggen, maar door kennis te delen, gemeenten met elkaar in contact te brengen en ze te helpen concrete stappen te zetten.

'We hebben het afgelopen jaar met behulp van SpUK-gelden een adviesbureau ingehuurd om gemeenten aanvullend te ondersteunen', vertelt beleidsadviseur milieu Laura Kaal. 'Sinds november 2025 loopt er in Overijssel een project dat tot eind 2026 duurt.'
Factsheets als gespreksstarter
De aftrap van het traject trok direct veel belangstelling. De provincie liet advies- en ingenieursbureau TAUW voor iedere gemeente een analyse maken. Daaruit ontstonden factsheets met een overzicht van de huidige situatie en mogelijke maatregelen voor de korte, middellange en lange termijn. 'Die factsheets waren belangrijk voor de kick-offmeeting', blikt beleidsadviseur milieu Nick Geurkink terug. 'Zo hebben we in kleine stappen concreet gemaakt wat gemeenten kunnen doen.'
'We fungeren verder als aanjager, drempelverlager en verbinder', omschrijft Kaal de rol van de provincie. Dat is volgens haar extra relevant omdat de situatie in Overijssel verschilt van veel andere regio's in Nederland. 'We hebben een relatief goede luchtkwaliteit en dat maakt ook dat gemeenten soms verschillend in de wedstrijd zitten.' Hoewel in Overijssel al veel schone lucht te vinden is, betekent dat niet dat verdere verbetering overbodig zou zijn. 'We mogen dan voldoen aan de wettelijke normen, ook wij voldoen nog lang niet overal aan de WHO-advieswaarden', benadrukt Geurkink.
Bijeenkomsten ook voor niet-SLA-ondertekenaars
Kampen, Zwolle, Almelo, Hengelo en Deventer ondertekenden het SLA-akkoord. Aanvankelijk hoopte de provincie dat ook de andere 20 gemeenten zich zouden aansluiten. Toch bleek een handtekening voor veel gemeenten een grotere stap dan verwacht. 'We merkten dat gemeenten dit als spannend ervaren', zegt Geurkink. 'Wat halen we ons op de hals?'. Kaal herkent die aarzeling. 'Sommige gemeenten vroegen zich af waarom zij zich bestuurlijk zouden committeren aan het Schone Lucht Akkoord. Daarbij speelde soms de zorg voor extra werk een rol. Vaker zagen we dat bestuurders de noodzaak van deelname niet direct inzagen, omdat zij al maatregelen namen die bijdragen aan een betere luchtkwaliteit.' De provincie besloot daarom de focus te verleggen van ondertekening naar maatwerk. 'Het is denk ik vooral een kwestie van zoeken naar waar er energie zit', merkt Kaal op. 'Uiteindelijk is het belangrijkste voor de leefomgeving dát er maatregelen worden genomen', zegt Geurkink. 'Of die nu binnen of buiten het Schone Lucht Akkoord plaatsvinden. Wel biedt het SLA uiteraard meerwaarde, bijvoorbeeld in de vorm van regiocontactpersonen en kennisdeling.'
Dit jaar waren er verschillende sessies waarbij ambtenaren, bestuurders en experts bijeenkwamen om ervaringen uit te wisselen en kennis op te doen. Die bijeenkomsten zette de provincie bewust laagdrempelig op, iedereen was welkom. 'We proberen ons te verplaatsen in de situatie van gemeenten', zegt Geurkink. 'Hoe houden we het behapbaar en concreet? Want ja, luchtkwaliteit kan als breed en daardoor vaag ervaren worden. Verder is het soms moeilijk directe effecten van een maatregel in beeld te krijgen.' Volgens hem hoeft een gemeente niet direct met ingrijpende maatregelen te komen, zoals auto's verbannen uit het centrum. 'Het kan ook kleinschalig beginnen. Bijvoorbeeld door inwoners erop te wijzen dat bij houtstook niet alleen de buren er last van kunnen hebben, maar ook de stoker zélf gezondheidsschade oploopt. Alleen al die bewustwording is belangrijk.'
'Denk niet dat houtstookproblematiek alleen speelt in steden'
Tijdens de bijeenkomsten bleek duidelijk welke onderwerpen gemeenten aanspreken en welke gevoeliger liggen. Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) is volgens Geurkink een onderwerp waarop iedereen mee wil bewegen. 'Het raakt aan vergunningverlening, dóór kunnen met je bouwplannen, Natura 2000-gebieden, gezondheid én er zijn financiële middelen in de vorm van SPuK-gelden beschikbaar. Daardoor voelt het aan als een logische keuze.'
Heel anders ligt dat bij houtstook. 'Vanwege de hoge aardgasprijzen wil je het inwoners mogelijk blijven maken bij te verwarmen met haardvuur. Maar mensen ervaren ook overlast en er zijn gezondheidsrisico's. Je merkt verdeeldheid, ook op bestuurlijk niveau.' Toch probeert de provincie ook hierover het gesprek aan te gaan. 'We laten zien dat het aandeel houtstook binnen fijnstof hier in de provincie groeit, juist doordat andere emissies dalen. Denk ook niet dat houtstookproblematiek alleen speelt in steden. Zo hebben we contact met een plattelandsgemeente met een groot huisjesvakantiepark. In de kerstvakantie gaan daar allemaal mensen open haarden aansteken waardoor er een gigantische wolk over het dorp ernaast heen komt.'
'Het is nooit zwart-wit'
Het traject loopt nog tot het einde van het jaar, maar volgens de provincie zijn de belangrijkste opbrengsten nu al zichtbaar. De contacten tussen gemeenten zijn versterkt en de lijntjes korter. Individuele gemeenten krijgen hulp op maat. 'Je kan van tevoren niet exact voorspellen hoe gemeenten gaan reageren op de ondersteuning die wij aanbieden', analyseert Kaal. 'TAUW heeft zich daarin flexibel opgesteld. Zo gaan ze de gemeente Kampen ondersteunen bij het opstellen van een decentraal uitvoeringsplan. De gemeente Deventer had een andere hulpvraag. De gemeente voert momenteel luchtmetingen uit en wilde verkennen hoe zij deze luchtmetingen op een duidelijke en toegankelijke manier onder de aandacht kunnen brengen via de gemeentelijke website.'
Voor Kaal zit de grootste winst in het proces zelf: 'Ik haal veel werkplezier uit verbinding zoeken en bewustwording creëren.' Dat geldt ook voor Geurkink, die daaraan toevoegt dat de complexiteit van het onderwerp hem aanspreekt. 'Neem nu die vriend die graag sleutelt aan oude auto's, wat helaas wel uitstoot met zich meebrengt. Moet je dat verbieden? Of is zoiets slechts klein bier? Het is nooit zwart-wit.'