KiM: 'Fietser levert de maatschappij als enige meer baten op dan kosten'
Als je in de auto, in de trein of op de fiets stapt, betaal je dan de werkelijke kosten van je vervoer? Met andere woorden: geldt 'de gebruiker/vervuiler betaalt' voor verschillende vervoermiddelen? Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) zocht het uit. Uit het onderzoek blijkt dat verreweg de meeste reizigers minder voor een reis betalen dan wat de reis de overheid en de maatschappij kost. Hoewel het KiM onderzoekt vanuit het perspectief van de Rijksoverheid, valt er uit de studie ook het nodige te destilleren voor beleidsmedewerkers van gemeenten.
Mobiliteit heeft nadelige effecten, zoals luchtvervuiling, verkeersongevallen, geluidhinder en klimaatverandering door de uitstoot van broeikasgassen. Deze effecten kunnen we in geld uitdrukken, en noemen we externe kosten. Ook maakt de overheid kosten voor aanleg en onderhoud van infrastructuur. Het KiM heeft deze kosten vergeleken met de overheidsinkomsten, aan de hand van negen korte en langere voorbeeldreizen. In het rapport Op binnenlandse reis met fiets, auto en openbaar vervoer doen de onderzoekers verslag van hun bevindingen.
Nog meer inzetten op fietsen
Een opvallende uitkomst is dat de externe en infrastructuurkosten van de voorbeeldreizen per benzine-, diesel- of elektrische auto, bus, trein, bromfiets en fiets vrijwel altijd hoger zijn dan de overheidsinkomsten. Alleen voor reizen met de gewone (niet-elektrische) fiets zijn de overheidsinkomsten hoger dan de totale externe en infrastructuurkosten. Kun je hierin een pleidooi lezen voor gemeenteraden om nóg meer op fietsen in te zetten? 'Ja, dat denk ik wel', reageert een van de onderzoekers, wetenschappelijk medewerker Thijs den Hartog. 'De studie gaat uit van een rechtvaardigheidsprincipe, waarbij het als rechtvaardig wordt gezien als alle externe kosten in de prijs voor de gebruiker zitten. En dat gebeurt nu alleen bij de fietser, met name omdat daar relatief weinig externe kosten zijn, maar wel heel veel externe baten: fietsen is goed voor de gezondheid. Dat is fijn voor de fietser, maar ook profijtelijk voor de maatschappij door zowel vermeden zorgkosten als minder ziekteverzuim.'
'Euro's enige manier om eerlijk te vergelijken'
Voor een juist beeld is het goed om te weten hoe de studie tot stand is gekomen. 'Reizigers stoten CO2 en andere luchtvervuilende stoffen uit en creëren verkeersonveiligheid, om het maar eens cru te zeggen', legt Den Hartog uit. 'De kosten die daarmee samenhangen, zijn voor de samenleving. Je zou kunnen zeggen dat het de rol van de overheid is om deze negatieve externe effecten te beprijzen. Ook voor de infrastructuurkosten kun je beargumenteren dat de gebruiker deze moet betalen.' Het rapport beschrijft twee perspectieven: een waarbij zowel aanleg van nieuwe infrastructuur als beheer en onderhoud in beeld komen, en een met alleen beheer en onderhoud.
'We hechten waarde aan klimaat, maar ook aan verkeersveiligheid en weinig filedruk', vervolgt Den Hartog. 'Al die zaken hebben we met elkaar vergeleken door ze in euro's uit te drukken. Hoe moeilijk dat ook is, want je vergelijkt een verkeersongeval met een kilo CO2-uitstoot of een uur in de file. Monetariseren is wel enige manier waarop je die verschillende grootheden met elkaar kunt vergelijken. We hebben het onderzoek gebouwd op allerlei kengetallen, waar wetenschappelijk onderzoek van allerlei onderzoeksbureaus aan ten grondslag ligt.'
Gebieds- of cordonheffing
Bij korte reizen per auto in en rond steden zijn de externe en infrastructuurkosten relatief hoog. Lokale overheden kunnen allerlei maatregelen nemen om gebruikers die kosten te laten betalen. Deze zijn in de studie niet onderzocht, maar je zou kunnen denken aan parkeren duurder maken of milieuzones voor personenauto's instellen. 'Een kanttekening daarbij is wel dat milieuzones alleen gaan over de directe CO2- en fijnstofuitstoot van voertuigen. Maar er zijn veel meer externe kosten, zoals verkeersveiligheid', nuanceert Den Hartog.
Rekeningrijden is ook een manier om het principe 'de gebruiker/vervuiler betaalt' concreet gestalte te geven. 'Bij rekeningrijden, een landelijk instrument, kun je in theorie differentiëren naar van alles: tijd, plaats, voertuigkenmerken, et cetera', zegt Den Hartog. 'Lokale overheden, zoals gemeenten, kunnen een gebieds- of cordonheffing instellen.' Het rapport noemt dit nieuwe instrument als mogelijke beleidsoptie om een hogere belasting te heffen op reizen in stedelijk gebied. 'Het betekent dat je tol betaalt als je een gebied binnenrijdt, bijvoorbeeld een binnenstad. Bij een cordonheffing is dat iedere keer als je een gebied inrijdt. Bij een gebiedsheffing gaat het erom hoe lang je in dat gebied verblijft of rondrijdt.'
Voorbeeld cordonheffing
Kennisplatform CROW-KpVV publiceerde in 2025 de voorbeeldberekening Bereikbaarheid in balans, over de invoering van een cordonheffing van 6 euro voor een bezoek per auto aan een stad. De analyse laat de volgende resultaten zien: 20-40 procent minder autogebruik in de stad, verbeterde stedelijke leefbaarheid, betere luchtkwaliteit en eerlijkere verdeling van kosten en baten.