SLA-team Inside: Ingrid Walda
Als je contact opneemt met het SLA-team, wie spreek je dan eigenlijk? De komende maanden stellen we teamleden aan je voor. In het wild kun je ze tegenkomen op deelnemersbijeenkomsten, maar ook bij workshops, webinars of bijeenkomsten in verschillende regio’s. Deze keer Ingrid Walda van Rijkswaterstaat.
Omdat Ingrid de eerste is, eerst even een algemene vraag: hoeveel mensen werken er bij het Rijk eigenlijk aan het Schone Lucht Akkoord?
‘Ik schat 8 van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 12 van Rijkswaterstaat. En de staatssecretaris natuurlijk, Annet Bertram. Zij is voorzitter van de stuurgroep. De precieze samenstelling van het team fluctueert soms wat, want bijna alle collega’s van het SLA-team hebben naast hun werk voor het SLA ook nog andere functies. Dat levert een mooie kruisbestuiving op. Ik werk bijvoorbeeld ook voor het team Gezonde Leefomgeving.’
Wat is je werk voor het Schone Lucht Akkoord?
‘Ik heb eigenlijk drie rollen. Ik ben contactpersoon voor regio Noord. Ik ben thematrekker van het thema hoogblootgestelde locaties en hooggevoelige groepen. En ik zit in de redactie van de website en de nieuwsbrief.’
Wat doe je voor regio Noord?
‘Twee jaar geleden zijn we gestart met regionale bijeenkomsten. Noord is Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel. Het onderlinge contact leggen, voegt echt wat toen. Zo kenden de schoneluchtmensen van de vier provincies elkaar eerst niet. Nu wel. We horen dat mensen regiobijeenkomsten fijn vinden omdat het dichterbij is en er minder mensen zijn. De drempel om erheen te gaan ligt lager en contact met elkaar leggen is makkelijker. Ze zoeken elkaar nu op om te vragen hoe de ander iets aanpakt. Het wordt een soort gemeenschap.’
Wat houdt het thema hoogblootgesteld en hooggevoelig in?
‘Het zijn eigenlijk twee thema’s. Het gaat om plekken waar de concentratie luchtvervuiling hoger is dan gemiddeld. Langs wegen bijvoorbeeld. En het gaat om mensen die kwetsbaar zijn voor luchtvervuiling. Ouderen, kinderen, zwangeren, mensen met een hartvaatziekte of een luchtwegaandoening. Enfin, dat is ongeveer een derde van de bevolking. Het SLA vraagt extra inspanning om op die plekken en voor die mensen te zorgen voor schonere lucht.’
Wat heb jij met het thema?
‘Alle aspecten van de gezonde leefomgeving boeien me. Ik heb jaren bij de GGD gewerkt en ook bij het RIVM. Ik merk hoeveel profijt ik daarvan heb. Veel mensen ken ik nog. Ik heb ervoor gezorgd dat er nu regelmatig contact is tussen GGD, RIVM en ons. Dat heeft de verstandhouding verbeterd. Iedereen ziet inmiddels in dat we hetzelfde ambitieniveau delen. We vullen elkaar aan. Wij zitten dicht bij de staatssecretaris. De GGD zit dicht bij de praktijk en doet veel onderzoek. Daar leer ik van.’
Wat doe je met die informatie?
‘Ik kan het gebruiken bij de adviezen die we maken voor gemeentes. Het stappenplan om maatregelen te nemen voor hoogblootgestelde gebieden heb ik bijvoorbeeld geschreven in nauwe samenwerking met o.a. de GGD.’
‘Bij een decentrale uitvoering moet het Rijk niet achterover leunen, maar juist contact houden. Samen met Kelvin Koops check ik de uitvoeringsplannen op maatregelen op ons thema. We houden contact met gemeentes en provincies om te kijken hoe we ze kunnen ondersteunen en om ze te inspireren hun ervaringen te delen met anderen. Ik vind het geweldig om tijdens deelnemersbijeenkomsten mensen te spreken die met beleid werken waar ik de voorzet voor heb gegeven. En om feedback daarop te krijgen. Die mensen nodig ik altijd uit om bij een volgende bijeenkomst aan andere deelnemers uit te leggen hoe het schoneluchtbeleid in de praktijk functioneert.’
Je derde rol heb je in het redactieteam
‘Ja, ik bereid de artikelen voor en schrijf ook. Zo hoor ik nog meer wat er speelt en ik merk dat ik alerter ben op wat ik zie en hoor. Uiteindelijk is al ons werk communicatie.’