Teun Zwemmer over houtstook en het politieke spel
Teun Zwemmer (28) komt uit een gezin waar de houtkachel vaak brandde. Maar via zijn studie bestuurskunde en eerste twee banen bij de GGD Amsterdam en de gemeente Amsterdam dook hij diep in gezondheidsonderzoek en -beleid. Sinds december heeft hij houtstook en citizen science onder zijn hoede bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).
Voor zijn scriptie bestuurskunde verdiepte Teun zich in de aanpak van mentale gezondheid van studenten in Londen, Helsinki en Amsterdam. Hij hield er een baan bij de GGD Amsterdam aan over en stapte na drie jaar over naar de afdeling Luchtkwaliteit van de gemeente Amsterdam. “In die twee banen heb ik geleerd dat de ervaren fysieke en mentale gezondheid ongelijk verdeeld is, vooral in steden. In sommige delen van Amsterdam leven mensen gemiddeld 7 jaar korter in goede gezondheid dan in andere delen. Ik wil eraan bijdragen dat mensen gelijke kansen krijgen. Voor mij is heel duidelijk dat daar goed afgewogen beleid voor nodig is, omdat mensen er zelf vaak weinig aan kunnen veranderen”, zegt Teun.
Door de plekken waar hij in Amsterdam woonde, werd luchtkwaliteit ook persoonlijk. “Ik zag het fijnstof op mijn vensterbank liggen. Slechte luchtkwaliteit werd voor mij zo heel zichtbaar.”
Overstap naar ministerie
In december 2025 stapte Teun over van de gemeente Amsterdam naar het ministerie van IenW, waar hij zich bezighoudt met de dossiers houtstook en citizen science, binnen het taakveld Luchtkwaliteit, bij de afdeling Gezonde Leefomgeving, onder het Directoraat-Generaal Milieu Internationaal. “Dat klinkt heel ambtelijk en log, maar het ministerie is juist jong, internationaal actief en flexibel. Ik ben naar het ministerie gegaan, omdat veel luchtkwaliteitskwesties om een landelijke oplossing vragen, of zelfs internationaal. Landelijk kun je meer in beweging zetten dan gemeentelijk. Dat gaat niet altijd om meer geld uit trekken, dat kan ook regelgeving aanpassen zijn. Binnen ons team voor luchtkwaliteit werk ik samen met één collega op houtstook. Dat geeft mij ruimte om invulling te geven aan het beleid op dit onderwerp.
Toch lokaal
Houtstook en citizen science zijn nou net de onderwerpen waar gemeenten wél zelf invloed op kunnen uitoefenen. Hoe ziet Teun zijn rol bij het ministerie dan? “Je kunt met mij altijd sparren over houtstook en citizen science. Ook zetten we onderzoek uit om meer te weten te komen over de schadelijke effecten van houtstook. Wij krijgen veel juridische vragen en vragen over communicatie en organisatie rond deze onderwerpen. Ik kan gemeenten makkelijk in contact brengen met organisaties als het RIVM, dat bijvoorbeeld ook actief is op het gebied van citizen science. Het ministerie heeft ook een goede positie om successen en voorbeelden te delen en te laten zien wat al gedaan is. We kunnen bovendien zaken onder de aandacht van de staatssecretaris brengen. Met staatssecretaris Bertram hebben we iemand die gezondheid en het Schone Lucht Akkoord belangrijk vindt.”
Politiek spel
Het politieke spel vindt Teun leuk. “Houtstook is relatief gezien een klein dossier, overigens wel breder dan alleen het SLA, maar wel eentje waar veel over gepraat wordt. Politici kunnen soms weleens varen op eigen ervaringen of eenduidige perspectieven. Dan is het onze kracht om daarnaast wetenschappelijke onderzoeken en bredere feiten onder de aandacht te brengen. Ambtenaren brengen continuïteit in. En langetermijndoelen, die ver voorbij de duur van een kabinet liggen, zoals Zero Pollution in 2050. Ik heb een optimistische kijk op werken voor bewindslieden van verschillende politieke kleur. Kansen en nieuwe ideeën inbrengen kan altijd. Welke politieke ruimte je ook hebt, het is de kunst daar altijd het maximale uit te halen.”
Bewustwording
Wat betreft houtstook wil hij met alle kampen door één deur. “Ik ben opgegroeid met een ‘gezellige haardvuurtje’, maar ook met de gedachte dat je er samen uit moet komen. Ik ken inmiddels ook de andere kant: houtstook is ongezond en kan leiden tot klachten zoals benauwdheid, hoesten of astma. Mijn ouders stoken nog steeds hun houtkachel, maar ze weten inmiddels wel dat het een keerzijde heeft. Net als met roken kost het tijd om kennis en gedragsverandering te laten landen. En ook bij houtstook geldt dat nooit iedereen vrijwillig bereid zal zijn om te stoppen. Maar als we de bewustwording in de maatschappij vergroten, verwacht ik dat het stookgedrag verandert en dat er meer mensen zullen zijn die minder of niet stoken.”